Woningbezit in de familie

Jaren geleden verhuisde ik naar een oude wijk. Het was mijn tweede adres in de binnenstad. Meer dan voorheen, was ik benieuwd welke mensen daar in de afgelopen eeuwen hadden gewoond. Ik begon later aan een genealogisch onderzoek. Wat bleek? Nergens anders hebben zo veel voorouders binnen een straal van 400 meter gewoond.

Ik had minstens honderd nog bestaande huizen kunnen bezitten. Als ik het onroerende goed van mijn voorouders zou hebben geërfd. Helaas kwamen oorlogen, ziekten, soms drank, onmogelijke liefdes, en een leven op te grote voet ertussen.

De recordhouder aan mijn moederskant was geen directe voorouder, maar een zoon daarvan. Hij zat rond 1590 – 1630 in de steenbakkerijen, inning van belastingen, en het onroerende goed. Er was een flinke toestroom van immigranten gaande. Na enig gepuzzel kwam ik uit op 164 huizen. Een straat, plein, poort en riant stadspaleis waren in Leiden naar hem vernoemd. Dat grote huis een met toren stond zelfs apart ingetekend op stadsplattegronden. Hij bezat alle huizen aan weerszijden van een weg, van begin tot eind. Ongetwijfeld konden velen zijn bloed wel drinken. De man had een gigantisch inkomen. Maar ging ten onder aan een leefstijl op nog veel grotere voet.

Het merendeel van mijn voorouders leefde in steden. Zij waren ambachtslieden en enigszins welvarend. Door flink sparen, het tij mee hebben en vererving bezaten ze vaak een huis. Dat bezit vormde ongeveer de enige zekerheid in hun leven. Sommigen deden het uitzonderlijk goed. Van werken werden zij niet rijk, maar met handel verdienden zij beter.

Ik heb in archieven complete boedelbeschrijvingen gevonden. Soms beslaan ze een half blaadje. Dan was de overledene zo arm als een kerkrat. Die bezat weinig meer dan een ‘bed en peuluw’. In andere gevallen staan luxueuze onderkomens beschreven. Met goudleerbehang, krullerig pleisterwerk op de plafonds en een bedstede voor de bediende. Zodra iemand overleed en er wat te verdelen viel, moest er een beschrijving komen. Dan liep de notaris het hele huis door en noteerde alles wat hij zag. Eventueel bijgestaan door een goudsmid. Van de blauwe kamer, via de gele kamer, naar de groene kamer, enzovoort. De kleinste spulletjes werden beschreven. Sommige akten beslaan meer dan dertig pagina’s. Er zitten volledige inventarissen bij van een wijnhandel en een winkel in huishoudelijke artikelen.

Aan mijn vaderskant vond ik enkele bijzondere adressen. Zo was een voormoeder van mij portier van een stadspoort. Daar woonde zij in. Zij had het werk van haar man overgenomen nadat hij was overleden. Haar vader was portier van dezelfde poort geweest.

Een voorvader bezat herberg ‘het Melkmeisje, later de Romein’ vlak buiten de poort van Delft aan de Rotterdamse straatweg. Hij had een zaak met kolfbaan en paarden- en koetsenverhuur. Ook was hij meester wagenmaker. Deze man trouwde in 1839 met een vrouw uit een plaats dertig kilometer verderop. Daarmee kwamen twee families voor het eerst samen. Mijn ouders wisten van niets. Maar 120 jaar later brachten zij als nazaten deze families weer bij elkaar. Helaas stierf onze herbergier relatief jong. Zijn vrouw hertrouwde, daarna ging het razendsnel bergafwaarts. Het heeft een eeuw geduurd voordat haar achterkleinkinderen het weer beter kregen. Terwijl een broer van haar overleden man multimiljonair was, naar de maatstaven van toen. De erfgenamen van die broer ontvingen in 1882 gezamenlijk ƒ 66.620,52. Het kan verkeren.

Een vriendin van mij heeft onlangs haar relatie verbroken. De tweede in ruim een jaar tijd. Haar leven staat al tijden op zijn kop. Een paar maanden geleden kocht zij in een woonplaats van mijn voorouders een huis uit 1888. Het geboortejaar van mijn opa, hun nakomeling. Volgens mij is die aankoop het allerbeste wat zij kon doen in deze situatie. Haar eigen plek en stabiele basis, niet ver van de plaats waar zij zelf opgroeide.

Het leven van mijn voorouders in die plaats was evengoed heftig. Want in 1762 trouwde mijn protestantse voormoeder uit Dordt met een katholieke schipper uit Voorburg. Vervolgens werd zij voorgoed verstoten door haar welvarende predikantenfamilie. Zonder nadere informatie is het lastig interpreteren. Ik had heel graag meer willen weten over dit paar. Er zijn slechts een paar flinters archiefmateriaal. Wat was hun verhaal? Wat hadden zij hun nakomelingen willen vertellen over de keuzes die zij maakten in het leven? Ik weet niet eens precies waar en wanneer zij stierven. Het was rond die periode nogal onrustig in ons land.

Een gedachte over “Woningbezit in de familie

  1. Pingback: Op afscheidstournee | Raam open

Reacties zijn gesloten.