Opa was stoomwalsmachinist

Mijn opa, oma en hun kinderen zwierven tussen 1928 en 1934 door Nederland. Zij leefden in die jaren in een woonwagen. Opa werkte namelijk op een stoomwals aan de asfaltering van wegen tot 1948. Zijn laatste klus was in Hoorn. De machine was een Aveling & Porter met een steigerend paard in het embleem. Met het negende kind in aantocht, betrokken ze een huis. Want het gezin paste niet meer in de wagen. Het waren andere tijden.

Opa ging werken bij een smederij toen hij twaalf was. Daarna volgden de wals, boten, trams, een rijwielstalling en treinonderhoud. Zelf reed hij op een fiets, maar hij kon ook motorrijden. Hij stierf toen ik zes was. Met elke generatie ging het beter. Mijn vader begon toen hij veertien was en kon veertig jaar later stoppen. Ik kreeg als zeventienjarige mijn eerste vaste baan. Op mijn veertigste belandde ik alsnog in de collegebankjes van de universiteit.

Als ze de woonwagen naar een standplaats verreden, werd alles aan elkaar vastgeketend. Voorop ging de stoomwals en die trok de woonwagen. Daaraan werd de watertank op wielen vastgemaakt en die sleepte nog een ploeg mee. Het was een hele keten. Als ze een dorp binnenreden, trokken ze direct bekijks. Dan ontstond er een sfeer van ‘moeder, haal gauw de was binnen’, volgens mijn tante. ‘Alsof zij kermisvolk waren.’ Vaak hadden de mensen wel gehoord dat er wegwerkzaamheden zouden plaatsvinden. Zodra de lokale bevolking zag dat het goed volk was, was er niets meer aan de hand.

Oma was niet altijd blij om steeds te verhuizen. Soms kwamen ze pas ’s avonds aan en moesten ze nog alles opzetten en installeren. In elk geval hoefden ze geen huur te betalen of kolen te kopen. Oma kookte op de briketten die voor de wals werden gebruikt, op het fornuis in de woonwagen. Dat was tegelijk de enige bron van warmte daarbinnen.

Behalve mijn opa, die een vast dienstverband had, kwamen de meewerkende losse arbeiders uit de dorpen zelf. Zeker in de crisisjaren dertig stonden er al gauw mannen bij de weg. Die vroegen dan: ‘Machinist, kunnen we hier werk krijgen?’ De mensen waren blij met elk klusje.

Mijn oudste tante heeft vanaf haar kleutertijd op maar liefst 23 scholen gezeten. Vanwege de schoolgaande kinderen probeerde opa vanaf de woonwagen op de fiets naar het werk te gaan. Maar het liefst stond hij dicht bij de plaats van werkzaamheden. Hij moest altijd heel vroeg opstaan om de wals op te stoken. Want er moest stoom zijn zodra het werk begon. Opa werkte vanaf vijf uur ’s morgens de hele dag en ’s avonds moest de wals afkoelen. Maar niet te veel, want anders duurde het opwarmen de volgende dag weer te lang. Hij kreeg ƒ 2,50 extra loon voor het onderhoud aan de wals op zaterdag. Deze week vroeg ik nog aan mijn vader hoe die mensen dat toch volhielden. Volgens hem hadden ze toen nog geen last van stress.

Opa en oma waren wel in voor een geintje. Als ze een ergens aankwamen, maakten ze de wagen eerst stabiel met houtblokken. Anders liep de klok niet. Dan volgde er een houten trapje bij de deur. Op een gegeven moment klom het ene na het andere kind de wagen in. Er kwam net een boertje aanlopen. Bij het laatste kind vroeg opa: ‘Zijn ze nu alle 22 binnen?’ ‘Ja hoor’, kwam dan het antwoord vanuit de wagen. Het boertje zag alles met grote verbazing aan. Later kwam hij weer terug om te vragen of er echt 22 mensen in die woonwagen pasten. De ‘alle-22-act’ hebben ze in diverse plaatsen opgevoerd.

Mijn opa heeft de weg van ’s-Hertogenbosch tot Grave ‘gedraaid’, geasfalteerd. Evenals de Rijksstraatweg bij Wassenaar en de weg langs paleis Soestdijk naar Amersfoort. Het gezin verbleef met de woonwagen onder andere in Schaijk, Deurne, Helenaveen in De Peel, de Zeilberg, Bergeijk, Sint Oedenrode, Oss, Uden, Udenhout, Heesch, Schijndel, Berkel-Enschot, Valkenswaard, Vorden, Soesterberg en Baarn. In het boekje ‘Stoomwalsen’ van R. Gebhard staan walsen uit die tijd. Het bevat foto’s en informatie over het leven van machinisten en hun in woonwagens rondtrekkende gezinnen tot circa 1960.

Eind jaren zeventig was mijn oma bijna negentig. Ik vroeg haar wat de mooiste periode in haar leven was geweest. Oorspronkelijk kwam zij als enige van mijn grootouders uit een dorpje. Ze had de periode waarin ze met de woonwagen rondtrokken ervaren als een wereldreis. Tien jaar later overleed zij, terwijl ik zelf op wereldreis was. Ik vernam het nieuws een week na de begrafenis. Toen ik op een motor door Australië trok, waar ze ook road trains met drie aanhangers hebben.

PS: Ik heb 2.000 pagina’s over mijn voorouders gepubliceerd en er liggen zo’n 500 pagina’s onvoltooid onderzoek te wachten. Er volgen dus nog enkele verhaaltjes de komende tijd. 😉

3 gedachtes over “Opa was stoomwalsmachinist

  1. Ingrid van Bouwdijk

    Mooi verhaal; ik zie uit naar de volgend 1.999 pagina’s. En intrigerend die opmerking van je vader: de mensen hadden toen nog geen last van stress. Werken van s’ochtends vroeg tot s’avonds laat, met 9 kinderen in een woonwagen gepropt, van hot naar haar verhuizen en geen stress. Het lijkt me eerder een ander soort stress, want het was bijvoorbeeld al heel wat als ze in die tijd naar de lagere school konden. Op het moment zit mijn gezin in een fase van een middelbare school kiezen voor onze zoon. Er zijn drie middelbare scholen waarover vele verhalen de ronden doen, die bij navraag vaak niet kloppen. Verder profileren die scholen zich allemaal op het één of ander: de één profileert zich op sport (4 uur gym in de week), de andere school profileert zich op tweetalig onderwijs en geeft trouwens ook 4 uur gym…., de andere heeft een technasium (twee uur techniek les en die uren worden wel van andere lessen afgesnoept). Ze hebben allemaal open dagen, informatie avonden en folders. Ik word er helemaal daas van. Mijn zoon heeft zijn keus al bepaald gewoon op het idee dat hij in de loop van de tijd in zijn hoofd heeft gevormd, en misschien om maar niet in de stress te hoeven schieten….

    1. Hoi Ingrid,
      O ja, schoolkeuzestress speelt nu vast een veel grotere rol dan toen. Misschien doet jouw zoon het intuïtief gewoon prima door zijn eigen keuze te maken en dan wel te zien wat ervan komt. Trouwens, welke grip hebben wij eigenlijk op de gevolgen van onze keuzes?
      Door jouw opmerking: ‘het was bijvoorbeeld al heel wat als ze in die tijd naar de langere school konden’ ben ik even de geschiedenis ingedoken. Ik wist wel van het kinderwetje van Van Houten, maar niet precies hoe het zat met verplicht lager onderwijs. Dit staat op de website onderwijserfgoed.nl en is een mooie aanvulling op bovenstaand bericht: Op de negentiende-eeuwse plattelands- en stadsscholen, bestemd voor kinderen uit de volksklasse, waren de schoolvakken beperkt. Daarnaast hielden ouders hun kinderen vaak thuis om hen deel te laten nemen aan de huishoudelijke taken of arbeid. Het kinderwetje van Van Houten uit 1874, had weliswaar de fabrieksarbeid verboden voor kinderen onder de twaalf jaar, land- en thuisarbeid waren nog altijd toegestaan. Van handhaving van de wet was bovendien nauwelijks sprake. Van Houten’s voorstel de leerplicht in te voeren, werd niet door de Kamer aangenomen. Vanaf 1901 verplichtte de leerplichtwet kinderen van zes tot twaalf jaar tot het volgen van onderwijs. Er werden commissies tot wering van schoolverzuim ingesteld om het spijbelen tegen te gaan. Het duurde echter nog decennia voordat het belang van het onderwijs door alle ouders werd aanvaard. Vooral in agrarische gebieden was het verzet tegen de leerplicht groot. Ondanks de lange vakanties en de aan de bedrijfsvoering aangepaste schooltijden.
      Groetjes,
      Karin

  2. Pingback: Als je echt iets wilt … | Raam open

Reacties zijn gesloten.