Alles ligt op straat

Het was zo’n 23 jaar geleden. Ik liep langs een groot studentenhuis waar een berg vuilniszakken bij een boom lag. Er zat een omgevallen plastic tas van de supermarkt tussen. Open, met een stapel exotische ansichtkaarten er half uit. Goh. Ik vertraagde mijn pas, geïntrigeerd door wat ik zag. Zou ik? Was dat niet raar? En zo vlak bij mijn huis in de buurt. Langzaam doorlopen. Stoppen. Toch terug. Ik kon het niet weerstaan, mijn nieuwsgierigheid was te machtig. Als een vos met een prooi maakte ik gelijk rechtsomkeer naar mijn hol.

In de tas zat een enorme hoeveelheid ansichtkaarten. Precies wat ik al had gehoopt. Die kaarten creëerden een nieuwe wereld voor mij. Wie ze hadden geschreven en aan wie ze waren geadresseerd, dat interesseerde mij niet. Maar zij boden zicht op de enerverende fase uit het leven van pas afgestudeerde mensen op buitenlandse locaties. Ik heb er een middag van genoten en daarna de hele stapel in de papierbak gepropt.

Een paar jaar daarvoor had ik een saaie kantoorbaan. Een van mijn collega’s was een vriendelijke, stille man met een zenuwtrekje. Ik ging ergens anders werken en verhuisde later naar een nieuwe wijk. Toen kwam ik hem ineens weer tegen. Hij bleek in de buurt te wonen, vlak achter mij. We groetten wanneer we elkaar zagen. Voor praatjes was hij niet echt een type. Steeds vaker zag ik hem bij de papierbak staan, een paar straten verderop. Hengelend met een stok. Hij begon verward te doen en dat werd van kwaad tot erger.

Vorig jaar werd zijn woning leeg geruimd. Ik weet niet of hij nog leeft, of dat hij nu is opgenomen. Maar ik vraag mij ook af wat de ontruimingsploeg in zijn huis heeft aangetroffen.

4 gedachtes over “Alles ligt op straat

  1. Rond 1972 heb ik circa 100 ansichtkaarten uit de USA gekregen, omdat mijn opa destijds overleed. Ik was toen een puber en vond de kitserige plaatjes wel mooi en haalde de postzegels (die ik toen nog spaarde) er af. De kaarten gooide ik niet weg maar bleef ik in een doos bewaren. Mijn opa had 2 dochters (mijn tantes in de USA) en onderhield daarmee schrijfcontact. Niet gek, want een minuut telefoneren kostte destijds een gulden of 8 (nu voor mij 1 eurocent). De kaarten zijn met een kriebelschrift compleet volgeschreven en ik heb ze nog altijd. Daarbij onderhoud ik sinds het overlijden van mijn ouders de stamboom van de familienaam en zou ik die kaarten eens moeten lezen. En als het tijdschip overkomt ga ik dat vast nog eens doen.

    1. O ja, dit roept herkenning op. De verhalen op de kaarten van jouw familie zullen ongetwijfeld een vervlogen tijdbeeld opleveren. Hoe meer je die stamboom kunt aankleden met persoonlijke verhalen, hoe mooier die wordt.

  2. En wat hadden we een geduld om te wachten op antwoord als we een kaartje stuurden.
    Ik vermoed dat de opruimingsdienst alles heeft gevonden wat zoal in een vol hoofd te vinden is.
    Heb je niet de neiging te gaan vragen waar hij is?

    1. Geduld èn plezier wanneer er weer een kaartje kwam. Dat was toch anders dan e-mail.
      Een vol hoofd. Is dat waarom wij schrijven? Om tussentijds een en ander te parkeren, zodat het wat minder dringen is met al die herinneringen daarboven?
      Waar hij is? Gezien het grote leeftijdsverschil tussen hem en mij heb ik zo’n donkerbruin vermoeden. 😉

Reacties zijn gesloten.