Wereldwijd sociaal vangnet

Met slechts 2% van het mondiale bruto product kunnen we een sociaal vangnet voor alle armen financieren. De internationale arbeidsorganisatie ILO wil iets doen voor mensen die onder de armoedegrens leven. Ik ben voor een vangnet. Daarom heb ik nagedacht over de situatie, reden, aanpak en financiering van dit plan. Ben je een kenner, dan zijn de paragrafen ‘Fondsenwerving’ en ‘Zet het corruptiesysteem in’ uit dit extra lange bericht voor jou wellicht interessant.

Ongelijke verdeling
Tegenwoordig zijn er steeds minder echt arme landen. Veel vaker is sprake van een ongelijke verdeling van welvaart binnen een land. In Angola, Congo en Indonesië bijvoorbeeld, bulkt een relatief kleine elite van het geld. Dit is al dan niet illegaal vergaard met olie of andere grondstoffen. Daaromheen cirkelt een groeiende middenklasse die indirect meeprofiteert. Als derde veel grotere groep zie je eenvoudige boeren en arbeiders met bescheiden inkomsten.

Familieonderhoud
Er zijn altijd groepen mensen die de boot missen. Zij wonen vaak afgelegen, hebben geen vak kunnen leren, missen verwantschap met de regerende families, of ze zijn ziek. Dan heb je in zo’n land behoorlijk pech. Zij ontvangen geen sociale uitkeringen of pensioenen, en de ziektekostenverzekering is te duur. Vandaar dat een Ethiopische collega van mij tien verwanten moest onderhouden van zijn salaris. Levensonderhoud voor zijn ouders en oom, medische kosten voor tante, studie van twee nichtjes, hoge schuld aflossen voor neef, etc. De verplichting om familie te steunen kan zwaar drukken op mensen die een beetje succes hebben. Het is soms de reden waarom een bedrijf niet goed van de grond komt.

Behoeften
Als we mondiaal een sociaal vangnet willen, dan moet de uitvoering wel per land worden toegespitst op behoeften. Een berooide alcoholist in Rusland heeft vast andere hulp nodig dan een herder in Mali. Sommige armen zijn het beste geholpen met contant geld om een schuld af te lossen of bouwland te kopen. Anderen hebben wellicht meer aan geld in combinatie met voorlichting, medische zorg of tijdelijke opvang. Of ze kiezen liever voor geld, training en toegang tot zakelijke mentoren. Voor werkloze jongeren is dat laatste een interessante optie. Er zijn al internetplatforms waarop starters in ontwikkelingslanden contact hebben met ervaren zakenlieden op een ander continent. Lokale en nationale maatschappelijke organisaties hebben inmiddels veel kennis vergaard over doelgroepen, mogelijkheden en behoeften.

Uitvoering en bereik
In Brazilië is de Bolsa Família een succes. Daarin is periodieke financiële bijstand voor arme gezinnen gekoppeld aan scholing en vaccinatie voor kinderen. Zodra scholing een voorwaarde is, gaan ouders bovendien eisen stellen aan de kwaliteit daarvan. In India delen ze voedsel aan kinderen uit op school. Maar hier gaat het nodige mis vanwege corrupte ambtenaren. Het is per land de vraag welke organisatie of instantie het beste een programma kan uitvoeren. Nog belangrijker is hoe je de allerarmsten bereikt. Juist omdat ze vaak afgelegen wonen, ergens semi-illegaal verblijven, vrouw zijn, of niet kunnen lezen en schrijven. Bovendien wonen er nogal wat armen in falende staten, zoals Somalië. Probeer tussen de vechtende partijen maar eens iets op te bouwen. Voor enkele knelpunten bestaan al oplossingen. Wel hoop ik op meer duurzame productie voordat ook de armsten aan het consumeren slaan.

Wie gaat dat betalen?
Laten we objectief kijken naar financiering van zo’n omvangrijk sociaal vangnet. Ik onderscheid vier groepen landen: elite, middenklasse, beetje arm, straatarm. De landen in de categorieën elite en middenklasse kunnen zelf hun broek ophouden en de buit in eigen land wat eerlijker verdelen. De grote groep overige landen benader ik wat specifieker.

Beetje arm
De beetje arme landen kunnen eerst proberen de beschikbare middelen beter te verdelen. Stel dat deze groep bestaat uit landen met een bruto nationaal product per inwoner per jaar tussen de 2.000 en 5.000 dollar*. Dan komen we onder andere Macedonië, Jordanië, Indonesië, Marokko en Samoa tegen. Daar ben ik geweest en hier volgt een beknopte analyse.

  • Macedonië is slechts twee uur vliegen van Nederland. Je vindt er een mooi wandelparadijs met pure agrarische producten. Op een deel van het pittoreske platteland heeft de tijd stilgestaan. Het loon van een arbeider bedraagt een paar honderd euro. De ambulance in een provinciestadje stamt uit de jaren zestig. En de hoofdstad telt de meeste megalomane overheidsgebouwen van heel Europa (project Skopje 2014, zie internet en afbeelding).
  • Jordanië heeft de prachtigste woestijnen, levendige steden en is super gastvrij. Verder herbergt het kleine land een gigantische hoeveelheid vluchtelingen. Zij hebben acuut meer hulp nodig in de bar koude winter. Wellicht kunnen de schathemelrijke moslimfamilies in de wereld zakat met de kerstgedachte combineren. De Koran noemt als norm een afdracht van 2,5% van vermogen. Dat scheelt. De grootste bijdrage hoeft toch niet eeuwig van het westen te komen? Of ben ik onjuist geïnformeerd?
  • Indonesië heeft een schitterende natuur en kleurrijke bevolkingsgroepen. Tevens beschikt het land over talloze bodemschatten. Als Indonesië diverse misstanden aanpakt, hoeft er niemand miserabel te leven.
  • Marokko, ook zo’n heerlijk mysterieus land. Hoe kan het dat er na vijftig jaar gastarbeid en geldoverboekingen nog veel armoede is? Misschien moeten we dat aan de koning vragen. Ik snap best dat sommige leiders geen geboortebeperking  promoten. Zeker als je verdienmodel met eerste levensbehoeften zo goed werkt. Dat verdienmodel stond in de krant.
  • Samoa, oh talofa Samoa! Dit tropische eilandenrijk is werkelijk sympathiek. Dus als het hulp nodig heeft, dan geven wij dat zonder gemor. Van kokospalmen in zo’n afgelegen oord word je nu eenmaal niet rijk. En wij vallen die hartverwarmende mensen in de Stille Zuidzee lastig met onze troep.

Een deel van de landen in deze groep heeft dus nog externe financiering nodig voor een sociaal vangnet. Onder het kopje ‘Fondsenwerving’ hierna staat een idee voor het mondiale fonds.

Straatarm
Tot besluit de straatarme landen. In minimaal vijftig landen overleeft het grootste deel van de bevolking op 1,25 dollar per dag. Dat is slechts USD 456,25 per jaar. Op het lijstje staan onder andere Ethiopië, Kenia en Oeganda. Daar kost een hotelkamer voor toeristen toch al gauw negentig dollar per dag. Terwijl de schoonmaker twee dollar verdient. In sommige landen uit deze categorie is een begin gemaakt met belastingheffing en dienstverlening. Echt goed functioneert dit systeem nog niet overal. Voorlopig zou ik de uitvoering van een sociaal vangnet hier aan (internationale) maatschappelijke organisaties overlaten. Het geld daarvoor komt dan voornamelijk uit het mondiale fonds.

Fondsenwerving
Recycle enkele oude voorstellen ter bekostiging van een mondiaal sociaal vangnet fonds. Hef wereldwijd een bescheiden belasting op alle vliegtickets voor personen en vracht, en op alle transacties in aandelen. Tenslotte zijn ongebreidelde milieuvervuiling en doorgeschoten kapitalisme mede oorzaak van armoede. Het lijkt mij goed als we dit snel invoeren. Dus voordat één miljard Chinezen en één miljard Indiërs vliegvakanties kunnen betalen. Dan weten ze niet beter en voorkomen we een hoop gezeur.

Zet het corruptiesysteem in
Mag ik even? Bij ons in het westen heeft corruptie een tamelijk negatief imago. Ten onrechte. Welbeschouwd is het een geweldig systeem voor herverdeling en distributie. Het is slechts schadelijk als te veel geld, gunsten en middelen ophopen bij een select aantal personen. Transparency International verricht al goed werk en biedt handige tips om uitwassen aan te pakken. Ik heb een plan van aanpak gemaakt voor fondsenwerving door omkering van corruptie.

Eerst moet er een regeling komen voor spijtoptanten. Dat zijn mensen die smeergeld hebben betaald. Als zij eerlijk bekennen wie zij iets hebben toegestopt, dan krijgen zij geen boete. Ik moet nog even wat bedenken ter voorkoming van een heksenjacht. En passant legt de belastingdienst een register van ontvangers aan. Tijdens een feestelijke nationale verzoeningsdag worden alle betalers vergeven.

Tegelijk krijgen de ontvangers een jaar de tijd om giften en voordeeltjes aan de belastingdienst op te biechten. Of eventueel aan een onafhankelijke internationale instantie. NSA weet alles al over individuen en regeringen. Dus is wereldwijde naming and shaming zo geregeld. Biechten de ontvangers alles op, dan krijgen ze geen enkele naheffing. Doen zij dit echter niet, dan gaat de belastingdienst een verband leggen tussen hun inkomsten en bezittingen. Zit daar iets onverklaarbaar scheef? Dan krijgen ze vervolgens een aanslag van 100% over de waarde van hun gehele vermogen. Ten behoeve van het goede doel.

Na afloop van deze regeling wordt er een aanbrengpremie gezet op elke corrupte handeling. Het enige wat nodig is, is deugdelijk bewijs. Met een camera op elk mobieltje is dat eenvoudig leverbaar. Ik heb zelf meerdere vrachtwagenchauffeurs vlak voor havenstad Mombasa geld zien toestoppen in handen van een agent.

* Zie de index over 2012 van het IMF die op Wikipedia staat. Voor wat het waard is, overigens. Armere landen hebben vaak een grote informele economie waarbij veel bedrijvigheid niet officieel wordt geregistreerd. Zie ook paragraaf ‘Zet het corruptiesysteem in’ in dit bericht over de zwarte economie.

Een gedachte over “Wereldwijd sociaal vangnet

  1. Pingback: Vluchtelingenbeleid: input voor de EU-migratietop – Raam Open

Reacties zijn gesloten.